Rijke verscheidenheid in landschappen
Naar landschap kan Hongarije ruwweg in vier delen opgedeeld worden. Verreweg de omvangrijkste daarvan is de Grote Hongaarse Laagvlakte of de Alföld, ten oosten van de Donau. Deze vlakte beslaat het midden en zuidoosten van het land, waar zich ooit de Hongaarse poesta uitstrekte. In oosten wordt de vlakte net over de grens in Oekraïne en Noord-Roemenië begrensd door de oostelijke Karpaten. In het zuiden zet de Alföld zich voort in Roemenië en Servië om daar uiteindelijk te eindigen tegen de zuidelijke Karpaten. Midden door de vlakte stroomt de Tisza (584 km), in grootte de tweede rivier van Hongarije.Het tweede landschapstype is dat van de bergen in het noorden (Felföld), langs de grens met Slowakije. Dit is het Noord-Hongaars middelgebergte, gevormd door uitlopers van het noordelijke deel van de Karpaten. Het Hongaarse gebergte wordt weer in verschillende delen onderscheiden. De hoogste berg van het land, de Kékes (1014 m.) ligt in het Mátragebergte, meer naar het oosten begint het Bükkgebergte.

Ten westen van de Donau (Duna, 417 km in Hongarije) zet de Pannonische vlakte zich voort in het glooiende landschap van Transdanubië. Helemaal in het zuiden liggen boven Pécs de Mecsekheuvels, in het zuidwesten vormt de Drau (Dráva), de grens met Kroatië. In het noorden wordt dit deel van het land begrensd door het Transdanubisch Middelgebergte, waarvan het Bakonygebergte het grootste deel vormt. Ten zuiden van de Bakony ligt het Balatonmeer, het grootste meer van Centraal-Europa (596 km²). Boven Boedapest sluiten de Transdanubische en het Noord-Hongaarse bergruggen op elkaar aan. Hier moet de Donau zich bij de Donauknie een weg door de bergen banen.

Ten noordwesten van het Transdanubisch Middelgebergte vinden we tenslotte het laatste van de vier hoofdlandschappen, de Kleine Hongaarse Laagvlakte, die zich over de Donau voortzet in Slowakije. Het Hongaarse deel wordt doorsneden door de rivier de Rába en eindigt ten westen van Szombathely tegen de uitlopers van de Alpen.

Weer en Klimaat
Hongarije heeft een gematigd landklimaat. In de hoogste delen van het Transdanubisch Middelgebergte en het Noordelijk Middelgebergte heerst een subalpien klimaat. De Grote Laagvlakte heeft een echt landklimaat. Hongarije heeft koude, natte winters en warme zomers.

De gemiddelde januaritemperatuur is in het westen en zuidwesten ca. 0 °C. De gemiddelde julitemperatuur ligt tussen 18 °C in het noordwesten en 22 °C in het zuidoosten. Hongarije heeft vrij veel zonne-uren, gemiddeld 2000 uur per jaar. De jaarlijkse gemiddelde neerslag (500 mm) is vrij laag als gevolg van de regenschaduw van de Alpen, maar varieert onder invloed van de Atlantische Oceaan. In de winter is het land soms bedekt met een dik sneeuwtapijt.